Pas als de huisarts of fysiotherapeut er écht niet meer uitkomt, wordt de orthopeed ingeschakeld

 

Lees het hele artikel >>


Maar liefst 90 tot 95% van de bevolking krijgt ooit last van rugklachten. Vaak gaat dat vanzelf over, maar soms moet een huisarts, fysio- of manueeltherapeut uitkomst bieden. Met enkele behandelingen en eventueel het doen van oefeningen worden de meeste rugklachten verholpen. Denkt de huisarts aan een onderliggend probleem waarbij de klachten chronisch aanwezig blijven, dan kan een patiënt worden doorverwezen naar een orthopedisch chirurg in het ziekenhuis.

Diederik Kempen en Mark Altena zijn beide orthopedisch chirurg in het OLVG in Amsterdam. In hun ziekenhuis zien ze voornamelijk mensen met langdurige (chronische) rugklachten. “Mensen met acute rugklachten, zeg maar mensen waarbij de rugklachten minder dan zo’n zes maanden aanwezig zijn, zien wij hier eigenlijk niet. Die worden gewoon door de huisarts of fysiotherapeut behandeld. Denkt de huisarts aan een specifieke oorzaak, dan komen ze bij ons.”
 

 

 

 

 

Terugverwijzen
Fysiotherapeuten gebruiken steeds vaker ‘patiëntenprofielen’ om de aard van de klachten aan te geven (zie kadertekst). Bij profiel één gaat het om de lichte gevallen, die met één of enkele behandelingen klaar zijn, profiel twee gaat het gemiddeld om 9 tot 12 behandelingen met oefentherapie en de chronische gevallen belanden in profiel drie. In dit laatste profiel zitten dus vooral de patiënten die worden doorverwezen naar het ziekenhuis.
 


“Wij zien veel mensen die al een jaar of een paar jaar last van hun rug hebben en waarbij een bepaalde onzekerheid ontstaat. Is er twijfel over een specifieke oorzaak of komen de huisarts en fysiotherapeut er niet meer uit, dan vragen ze ons of ze soms dingen over het hoofd zien. Vaak hebben patiënten dus al langdurige behandelingen bij de fysiotherapeut achter de rug. Wat wij dan voornamelijk doen is het uitsluiten van specifieke oorzaken. Onlangs hadden we nog een mooi voorbeeld. We kregen iemand binnen met langdurige klachten. Er was sprake van veel stijfheid in de onderrug en hij werd al een jaar lang behandeld. Op een röntgenfoto zagen we toen dat er een aangeboren groeiafwijking in de rug zat. Dat verklaarde de stijfheid en dus de rugpijn. Vervolgens nemen we dan contact op met de behandelende therapeut. Hij was in dit geval veel bezig met het mobiliseren van de rug. Door de groeiafwijking adviseerden we hem om meer aan de slag te gaan met de core stabiliteit.”

Wisselwerking
Dit is een mooi voorbeeld van de wisselwerking tussen de eerste en tweede lijns zorg. Zorgverleners waartoe je rechtstreeks toegang hebt zonder verwijzing (denk aan de huisarts, fysiotherapeut of tandarts) noemen we eerste lijns zorg en specialisten die je alleen kunt bezoeken met een verwijzing (artsen in het ziekenhuis) noemen we tweede lijns zorg. In het voorbeeld van de patiënt met de groeiafwijking is het zonde van de tijd (en het geld) wanneer de behandelingen bij de fysiotherapeut eigenlijk geen zin hebben. Al moet er natuurlijk niet té snel worden doorverwezen, want dat kost uiteraard ook veel geld.


 

 

 

 

 

 

“In het ziekenhuis opereren we eigenlijk alleen als er specifieke oorzaken zijn aan te wijzen. Voorbeelden hiervan zijn afgegleden wervels of een scoliose (verkromming van de ruggengraat). Dus gevallen met een aanwijsbare afwijking, die kunnen we opereren. Het grootste gedeelte, zo’n negentig procent van de lage rugklachten, daar kunnen wij operatief ook niets aan doen. We kunnen wel kijken of we een specifieke oorzaak kunnen vinden. Maar vinden wij ook niks, dan gaat de patiënt terug naar de fysiotherapeut en gaat toch door met trainen.”


Vroeger had je diverse pijnpoli’s waarnaar werd doorverwezen. Uit recente onderzoeken blijkt echter dat deze poli’s voor chronische lage rugpijn niet tot het gewenste resultaat leidden. Tegenwoordig wordt steeds meer doorverwezen naar multidisciplinaire revalidatietrajecten. Dat is een combinatie van fysiotherapie met een stukje pijneducatie. Hierbij kan bijvoorbeeld ook een psycholoog worden ingeschakeld. Kortom, een multidisciplinaire aanpak, waarbij meerdere behandelaars samenwerken om de patiënt van de klachten af te helpen.

Samenwerken
Samenwerken blijkt dus heel belangrijk bij de behandeling van langdurige rugklachten. “Vanuit het OLVG werken we samen met het Rugpijnnetwerk Amsterdam. Dit is een samenwerkingsverband tussen gespecialiseerde fysiotherapeuten, huisartsen en medisch specialisten in en rond Amsterdam. Alle aangesloten therapeuten hebben een opleiding voor pijneducatie gedaan. Dat is mooi, want zo kunnen zij patiënten al veel meer vertellen over pijn en ze daardoor ook beter laten trainen.

Mochten ze vragen hebben, dan kunnen ze ons altijd bellen of mailen. Het leuke is dat heel veel therapeuten uit het netwerk op vrijdagmiddag meelopen bij ons. Zo leren we van elkaar en leggen we makkelijk contacten. Dat zorgt voor een betere patiëntenzorg. Ook ga je door samen te werken meer dezelfde taal spreken. Er zijn veel mensen met rugklachten. Die krijgen van verschillende behandelaars ook veel verschillende verhalen te horen. Als je meer één taal spreekt en hetzelfde vertelt, wordt het voor een patiënt een stuk duidelijker. Hierdoor verloopt een behandeling veel efficiënter.”

Blijven bewegen
Kortom, samenwerken loont. Diederik en Mark zijn fervent voorstander om rugklachten in een netwerk te behandelen. “Mede door de moderne technieken hebben we sneller contact. Onderling, maar ook met de patiënt. Wat je vroeger in een brief schreef en opstuurde, kan tegenwoordig ook met een (beveiligde) Whatsapp. Er wordt niet voor niets veel gesproken over PGO’s (Persoonlijke Gezondheids Omgeving). Dat is een soort elektronisch portaal om samen in te communiceren. De patiënt beheert dan zijn eigen dossier in een beschermde omgeving waarin zorgverleners allerlei relevante informatie kunnen plaatsen. De patiënt bepaalt wie wat mag zien en kan bijvoorbeeld aangeven dat het ziekenhuis en de fysiotherapeut elkaars informatie kunnen inzien. Dat wordt de toekomst verwachten wij!”

Terug naar de rugklachten. Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zijn de orthopeden blij met de trend dat er steeds meer aandacht is voor bewegen. “Er is meer bewustwording dat (te) veel zitten slecht voor je is. Je ziet tegenwoordig ‘zit-sta bureaus’, waarbij je zowel staand als zittend kunt werken en je hebt zelfs fietsbureaus waarbij je op een hometrainer fit blijft tijdens je werk. Mocht je toch last krijgen van rugpijn, dan biedt de huisarts of fysiotherapeut vaak uitkomst. En als dat echt niet werkt, dan zijn wij er…”